verdolen

/vərˈdolə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. de weg kwijt raken
  2. figuurlijk (figuurlijk) in ethisch of religieus opzicht afdwalen
    Een verdoolde kudde was mijn volk, Hun herders hebben ze op een dwaalspoor gebracht, En lieten ze zwerven op de bergen; Van berg tot heuvel trokken ze rond, En vergaten hun kooi. (Jesaja 50:6, Petrus Canisiusvertaling van de Bijbel).

Etymologie

*afgeleid van "dolen"