verdoving
vrouwelijk (de)/vərˈdovɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verbijstering
- (medisch) bedwelming door een middel om geen bewustzijn te hebben, volledig of gedeeltelijkBij de tandarts kreeg hij een verdoving.
Etymologie
* van verdoven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek