verdubbelen
/vərˈdʏbələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) tweemaal zo groot wordenDe winst verdubbelde in dat kwartaal.Het aantal foodtruckondernemingen is in vijf jaar tijd ruim verdubbeld. In 2017 waren er bij de Kamer van Koophandel (KvK) nog 1189 ondernemingen met een foodtruck ingeschreven, inmiddels zijn dat er 2495. Tijdens de coronacrisis hield de groei van het aantal foodtrucks aan.
- (ov) tweemaal zo groot maken, vermenigvuldigen met tweeZij hebben hun inspanningen verdubbeld.
- (refl) zich ~ tweemal zo groot worden.Hun aantal verdubbelde zich.
Etymologie
*afgeleid van dubbelen
Vertalingen
Engelsdouble
Fransdupliquer
Spaansduplicar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek