verdwalen

/vərˈdwalə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) de weg kwijtraken
    Zij waren verdwaald in de woestijn, maar werden gered door een groep nomaden.
    Erg handig als ik verdwaald was.
    Constant was ik met mezelf in gesprek over praktische zaken, zoals hoeveel water mee te nemen en wat te doen als ik zou verdwalen, tot mezelf afvragen of ik niet te ver was gegaan door mijn gezin zo lang te verlaten.

Etymologie

*afgeleid van dwalen

Vertalingen

Engelsstray, get lost, lose one’s way
Franss’égarer
Duitsverirren, verlaufen, verfahren