verfpot
mannelijk (de)/ˈvɛrᵊfˌpɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ronde pot voor het mengen of opbergen van verfOp de plaats van het misdrijf, dat Israel diep heeft geschokt, werden twee commando-messen gevonden en de verfpot en kwasten waarmee op de binnenmuren van de fabriek leuzen van de moslim-fundamentalistische beweging Hamas waren geklad. NRC 14 december 1990
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek