Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

verharing

vrouwelijk (de)/vΙ™rˈharΙͺΕ‹/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) toegenomen verlies en vervanging van haren bij een dier als het zijn vacht aanpast aan de omstandigheden
    In de herfst kregen de hazen ieder jaar rond dezelfde tijd hun wintervacht, zagen de biologen, of er nu sneeuw lag of niet. In de lente timen de hazen hun verharing iets beter. In de koude lente van 2011 verloren ze hun wintervacht bijvoorbeeld negentien dagen later dan in de warmere lente van 2012.

Etymologie

* "verharen"