verhaspelen
Betekenis
werkwoord
- (ov) vervormd uitspreken
- (ov) vervormen, verknoeien, verprutsen
Etymologie
*afgeleid van haspelen
Vertalingen
Engelsbotch, bungle, screw up
Spaanschafallar, chapucear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van haspelen