verhaspeling

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het onjuiste gebruik van een woord of uitdrukking
    Verhaspeling van de leuze 'zonder annexaties of schadevergoeding', die de bolsjewieken in de Eerste Wereldoorlog als voorwaarde stelden voor een te sluiten vrede met Duitsland, Oostenrijk en Turkije.
    Ook PvdD-leider Thieme greep in overdrachtelijke zin naar de Bijbel, maar dan met een eigen verhaspeling: „Deze mensen zijn elke dag bezig met de bede: Geef ons heden ons dagelijks bed, bad en brood.”

Etymologie

* van verhaspelen

Vertalingen

Engelsmalapropism