verhelen

/vərˈhelə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) aan het zicht onttrekken
    Was het nieuwe kiesstelsel al zeer ingrijpend, de instelling van een college van burgergecommitteerden naast de vroedschap was ronduit ‘revolutionair’. De vrij gekunstelde verwijzing naar de meentemannen uit 1491 kon niet verhelen dat het hier om een wezenlijk nieuwe instelling ging.
    Zijn minachting was nauwelijks verholen te noemen.

Etymologie

*via Middelnederlands "verhelen" van Oudnederlands "farhelan"; op te vatten als afgeleid van helen

Vertalingen

Engelsconceal, hide
Spaansesconder, ocultar