verhippen

/vərˈhɪpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) modern en populair worden
    De extreme metal is in de VS aardig aan het verhippen. Dat proces van muzikale gentrificatie voltrok zich al in de blackmetal bij bands als Deafheaven. Dankzij de band Full of Hell wordt de deathmetal nu ook hooggewaardeerd in veganistische hipsterkringen.Volkskrant Robert van Gijssel 19 mei 2017,
    Ik woon in een snel verhippende wijk, de ene jonge ondernemer na de andere opent een zaakje, en alles cultureel, culinair of creatief.NRC 28 december 2016
  2. ov (ov) modieus maken, aantrekkelijk maken voor een jong of hedendaags publiek
    En hoe probeert Lodewijk Asscher zijn imago te verhippen?
  3. ov, informeel (ov) (informeel) iets niet willen doen
    In de bijbel staat wel, dat je de man, die je op je linker wang slaat, ook de rechter moet toekeren, maar wij verhippen dat. Men hoeft niet alles te slikken.
  4. erga, informeel (erga) (informeel) weggaan omdat je aanwezigheid ongewenst is
    Wij gaan samen weer op stap; de rest kan mij gestolen worden. Noes, Ban Hoei, Siti, Ma Nasra, Bin Said, Bogaard, Angenent. . . . verhippen kunnen ze, de hele bende!
  5. inerg (inerg) met kleine sprongetjes bewegen
    ‘Komaan,’ zei Mussert, ‘en nu snel, want ik sta hier te verhippen van de kou.’
    De overheid uit de provincie stond ook te verhippen, van de onverkwikkelijke wending van het gesprek, waarin hij nog steeds niet duidelijk wist welke houding hij moest aannemen.

Etymologie

*[3], [4], [5]: afgeleid van "hippen" , in de betekenis van ‘naar de maan lopen’ aangetroffen vanaf 1887