verhuring

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verhuren van iets
    De gemeente stelt de woningcorporatie voor om tot een gevarieerdere samenstelling van bewoners in het buurtje te komen. De gesprekken die voor verhuring plaatshebben moeten er dan ook toe leiden dat nieuwe huurders goed 'landen' in hun nieuwe woonomgeving. Domijn denkt zo bovendien vooraf een beter beeld te hebben van de nieuwe huurders. Tubantia 29-12-17 [https://www.tubantia.nl/haaksbergen/nieuwe-huurders-van-t-kempke-in-haaksbergen-moeten-eerst-op-gesprek~a3370ea2/ Nieuwe huurders van 't Kempke in Haaksbergen moeten eerst op gesprek]
    Niet alleen zijn een op de vijf aanvragen voor een woning afgewezen, volgens het COS heeft de maatregel ook een ontmoedigend effect op mensen van buiten de stad. In 2003 kwam nog 45 procent van de nieuwe huurders van buiten, in de afgelopen maanden was dat maar 22 procent. De woningbouwverenigingen verhuren in de experimentgebieden meer aan ’hogere’ inkomens. In het corporatiebezit heeft zich een duidelijke verschuiving voorgedaan van verhuring aan mensen onder de 120 procent naar mensen met een hoger inkomen. Reformatorisch Dagblad 02-09-2005 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/minder-kansarmen-in-rotterdamse-probleemwijken-1.56761 Minder kansarmen in Rotterdamse probleemwijken]

Etymologie

* van verhuren

Vertalingen

Engelsrenting, letting