verkooplokaal

onzijdig (het)/ˈvɛrkoploˌkal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruimte in een gebouw bestemd voor het veilen van goederen
    In een verkooplokaal te Rotterdam, op maandag 11 november 1918, kondigde SDAP-voorman Pieter Jelles Troelstra in Nederland de revolutie af.