verleden
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van verleden?
verleden betekent: de voorafgaande tijd, dat wat voorbij is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de voorafgaande tijd, dat wat voorbij is
Voorbeelden van "verleden" in een zin
- In het verleden.
- In de pelgrimstochten die ik in het verleden heb gelopen, de boeddhistische 88 Tempels tocht in Japan en de katholieke Camino de Santiago in Spanje, speelt het geloof een belangrijke rol.
Etymologie
* maar met een klinkerwisseling ij-ee (ː /ɛi/ - /e/)
Vertalingen
Engelspast, past
Franspassé
DuitsVergangenheit
Spaanspasado, pretérito, pasado
Portugeespassado, passado, anterior
Russischпрошлое
Poolsprzeszłość, przeszły
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek