verlopen
/vərˈlopə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) zijn geldigheid verliezenDat paspoort verloopt volgende maand.
- (erga) een neergaande lijn vertonenDe belangstelling voor dit onderwerp verliep geleidelijk.
- van maat veranderen
- (verouderd) weggelopen
- voorbij gaanMijn gehele base weight kreeg ik na verloop van tijd onder de 8 kilo.
- veranderen van de ene naar de andere toestandDe overgangen tussen waarnemen dat altijd onbewust blijft (van het vomeronasale orgaan), halfbewust waarnemen dat bewust kan worden gemaakt (de kleding die gedragen wordt en de petite Madeleine) en volstrekt bewust waarnemen, verlopen geleidelijk.
werkwoord
- niet meer geldig of niet meer van toepassingEen verlopen rijbewijs.
- in een vervallen toestand verkerenDe nieuwe eigenaar heeft die verlopen winkel weer in oude luister hersteld.De verlopen man was na zijn scheiding verslaafd geraakt aan alcohol.
Etymologie
*afgeleid van lopen
Vertalingen
Engelsexpire, decline, expired
Fransexpirer, décliner, expiré
Duitsablaufen, zurückgehen, verstrichen
Spaansexpirar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek