vermogen

onzijdig (het)/vərˈmoɣə(n)/

Wat is de betekenis van vermogen?

vermogen betekent: (financieel) een kapitaal aan geld → bezit, bezitting, eigendom

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) een kapitaal aan geld → bezit, bezitting, eigendom
  2. de kwaliteiten om iets te kunnen doen, capaciteit
  3. natuurkunde (natuurkunde) de hoeveelheid verrichte arbeid per tijdseenheid, vaak uitgedrukt in de SI-eenheid watt
werkwoord
  1. modl, formeel (modl)(formeel) in staat zijn, kunnen
  2. absol (absol) in staat zijn iets te bewerkstelligen

Voorbeelden van "vermogen" in een zin

  • De buurman heeft een flink vermogen.
  • Slechts 4 cent van elke dollar aan belastinginkomsten die in 2015 wereldwijd werd geïnd, was afkomstig uit belastingen op vermogen, zoals erfenissen of eigendom. Deze soorten belastingen zijn in veel rijke landen de laatste decennia verlaagd of verdwenen en bestaan nauwelijks in ontwikkelingslanden. [https://www.nu.nl/geldzaken/5693402/armoede-en-elke-48-uur-miljardair-erbij-daar-moet-davos-gaan.html www.nu.nl (21 jan 2019)]
  • Zijn broer Oscar had op miraculeuze wijze, zo het al geen goddelijke voorzienigheid was, een aanzienlijk vermogen in Afrika verworven.
  • Hij heeft niet het vermogen om leiding te geven aan die groep.
  • Een goed getrainde fietser kan continu een vermogen van 130 watt leveren.[http://www.energiefeiten.nl/ Een relativerend verhaaltje over ENERGIE], energiefeiten.nl

Etymologie

*van Middelnederlands "vermogen" / "vermoghen", op te vatten als afgeleid van "mogen" , in de betekenis van ‘macht, kracht’ voor het eerst aangetroffen in 1291

Vertalingen

Engelscapital, possession, property
Franspuissance
DuitsLeistung
Spaanscapital, patrimonio, posesión
Japans仕事率, しごとりつ, shigotoritsu
Poolsmoc
Zweedseffekt