verprutsen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. iets waardeloos maken, iets verknoeien, verpesten
    De vlek verprutste de mooie trouwjurk en daarmee ook de hele bruiloft.
  2. niet nuttig gebruiken
    Hij verprutste zijn tijd, geld en moeite door maar te blijven werken aan de onmogelijke uitvinding.

Etymologie

*afgeleid van prutsen