verraderij

vrouwelijk (de)/vəˌradəˈrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. trouweloosheid en het opzettelijk schenden van een vertrouwensband, vaak door informatie aan de vijand of tegenpartij te geven

Etymologie

*van Middelnederlands "verraderie", van "verraden": "verraad"

Vertalingen

Engelsbetrayal, treachery