verrassing

vrouwelijk (de)/vəˈrɑsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geheel onverwachte gebeurtenis
    De gebeurtenissen in Iran in juni 2009 kwamen voor velen als een volslagen verrassing.
    ' Tot mijn verrassing zorgde mijn eerlijkheid voor een vertrouwelijke stilte, een moment van respijt.
    Tot mijn grote verrassing kreeg ik ook een pakket van de firma Zpacks.
  2. een meestal onverwacht geschenk
    Ik heb een verrassing voor je.
    ' 'Wanneer is hij jarig, señora?' 'Jarig?' 'Dit is toch een verjaardagscadeau?' 'O nee,' zei ze. 'Het is gewoon een verrassing'.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van verrassen .

Vertalingen

Engelssurprise
Franssurprise
DuitsÜberraschung
Spaanssorpresa
Poolsniespodzianka