verstek
onzijdig (het)/vərˈstɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) afwezigheid wanneer men verwacht wordt aanwezig te zijnHij is bij verstek veroordeeld.Hij liet verstek gaan.
- (gereedschap) een niet-haakse hoek waaronder iets afgezaagd wordt
Etymologie
* van "versteken" «verbergen, verstoppen»
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek