versterken
/vərˈstɛrkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) krachtiger makenDie gewichtheffer doet er echt alles aan om zijn spieren te versterken.
- (ov) het aantal vergrotenZij komen ons team versterken.
- (ov) beter bestand maken tegen aanvallenHet leger zal het fort versterken.
- (ov), (natuurkunde), (elektronica) een elektrisch signaal in spanning doen toenemenHet signaal is nog te zwak, we zullen het moeten versterken.
Etymologie
* afgeleid van sterken
Vertalingen
Engelsstrengthen, reinforce, fortify
Fransfortifier, renforcer, fortifier
Duitsverstärken, stärken, verstärken
Spaansfortalecer, amplificar, robustecer
Italiaansrinforzare
Portugeesreforçar
Russischподкреплять
Chinees加强
Japans補強
Koreaans보강하다
Arabischقوى
Zweedsförstärka, armera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek