vertering

vrouwelijk (de)/vərˈterɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) omzetting van genuttigd voedsel binnen het lichaam
  2. totaal van wat men in een periode eet en drinkt
  3. totaal van wat in een periode wordt verbruikt
  4. totaal van wat men in een periode uitgeeft
  5. verbranding, vernietiging of teloorgang

Etymologie

*van Middelnederlands "verteringe", afgeleid van verteren