vertering
vrouwelijk (de)/vərˈterɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) omzetting van genuttigd voedsel binnen het lichaam
- totaal van wat men in een periode eet en drinkt
- totaal van wat in een periode wordt verbruikt
- totaal van wat men in een periode uitgeeft
- verbranding, vernietiging of teloorgang
Etymologie
*van Middelnederlands "verteringe", afgeleid van verteren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek