vertrouwen
onzijdig (het)/vərˈtrɑuwə(n)/
Wat is de betekenis van vertrouwen?
vertrouwen betekent: (psychologie) het geloof in betrouwbaarheid van een persoon of zaak
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) het geloof in betrouwbaarheid van een persoon of zaak
werkwoord
- (ov) geloven in de betrouwbaarheid van een persoon of zaak
Voorbeelden van "vertrouwen" in een zin
- Ik heb alle vertrouwen in je.
- ‘Ik heb vertrouwen in het handelen van de overheid. Ik heb desinfecterende handgel bij me, net als in de tijden dat ik uitgezonden was naar Afrika. Zelf ben ik niet zo bang voor het virus.
- Op de trail voelde zij zich veilig en herwon ze langzaam weer haar vertrouwen in de mens.
- Wij zullen je voortaan meer vertrouwen.
Etymologie
* van 'vertrouwen' (ww) ()
Uitdrukkingen
- Vertrouwen is goed, controle is beter — Uitspraak van {{w|nl|Vladimir Lenin|Vladimir Lenin
- Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. — Het is veel gemakkelijker om het vertrouwen in iemand of iets te verliezen dan om het te krijgen
Vertalingen
Engelstrust, confidence, faith
Fransconfiance
DuitsVertrauen, vertrauen
Spaansconfianza, confiar
Japans信頼
Poolszaufanie, ufać
Zweedsförtroende
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek