vervoegen
/vərˈvuɣə(n)/
Wat is de betekenis van vervoegen?
vervoegen betekent: (ov) (taalkunde) omvormen van een werkwoord om wijze, tijd en persoon uit te drukken
Betekenis
werkwoord
- (ov) (taalkunde) omvormen van een werkwoord om wijze, tijd en persoon uit te drukken
- (ov) opzoeken, zich aansluiten bij
- (refl) ergens naartoe gaan
- (refl) benaderen met een vraag of wens
- (refl) (verouderd) zich ergens bijvoegen, zich ergens bij aansluiten
Voorbeelden van "vervoegen" in een zin
- Nederlanders die Duits willen leren, vinden het vaak makkelijk om de Duitse werkwoorden te vervoegen.
- Hij doet het goed op school, zegt zijn moeder, maar de werkwoorden être en avoir kan hij niet vervoegen.
- Nu konden we ons dan in persoon vervoegen aan de Westerkade, op zondagavond, de laatste shift van half acht.
- Je bleek gewoon onderzoek te kunnen doen naar de koninklijke familie en het hof. Je hoefde je niet te vervoegen bij de Rijksvoorlichtingsdienst, die alles ‘te persoonlijk’ vindt.
Etymologie
**[A.2] beïnvloed door "rejoindre"
Vertalingen
Engelsconjugate
Fransconjuguer
Spaansconjugar
Poolskoniugować
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek