vervoeging
Wat is de betekenis van vervoeging?
vervoeging betekent: (taalkunde) de flexie van een werkwoord onder invloed van persoon, getal, tijd, wijs
Betekenis
- (taalkunde) de flexie van een werkwoord onder invloed van persoon, getal, tijd, wijs
Voorbeelden van "vervoeging" in een zin
- De vervoeging van het werkwoord werd door alle leerlingen fout gedaan.
Betekenis en uitleg van vervoeging
Vervoeging gaat over het aanpassen van werkwoorden aan de tijd, persoon en getal in een zin. Het is wat ons helpt om duidelijk te maken wie iets doet en wanneer dat gebeurt.
Je gebruikt vervoeging in vrijwel elke zin waarin je een werkwoord hebt. In het Nederlands zijn er verschillende tijden, zoals de tegenwoordige tijd en de verleden tijd, die elk hun eigen vervoegingen hebben. Het correct vervoegen van werkwoorden is cruciaal voor de grammaticale juistheid en de duidelijkheid van je boodschap.
Voorbeelden
- Hij loopt elke dag naar school, maar gisteren liep hij naar het park.
- Zij leest een boek, terwijl haar zus aan het studeren is.
- Wij hebben de auto gewassen en nu ziet hij er weer stralend uit.
Woordoorsprong
Het woord 'vervoeging' komt van het werkwoord 'vervoegen', dat betekent 'samenvoegen' of 'aanpassen'. Dit verwijst naar het aanpassen van de vorm van een werkwoord.
Veelgestelde vragen over vervoeging
Wat is de betekenis van vervoeging?
vervoeging betekent: (taalkunde) de flexie van een werkwoord onder invloed van persoon, getal, tijd, wijs
Welk woordgeslacht heeft vervoeging?
vervoeging is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van vervoeging?
Synoniemen van vervoeging zijn: conjugatie.
Hoe gebruik je vervoeging in een zin?
Voorbeeld: “De vervoeging van het werkwoord werd door alle leerlingen fout gedaan.”
Etymologie
*Verbaalsubstantief uit vervoegen, gevormd als leenvertaling van Latijn coniugātiō ‘verbinding, vereniging, stamverwantschap van woorden’.