vervoeging

vrouwelijk (de)/vərˈvuɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) de flexie van een werkwoord onder invloed van persoon, getal, tijd, wijs
    De vervoeging van het werkwoord werd door alle leerlingen fout gedaan.

Etymologie

*Verbaalsubstantief uit vervoegen, gevormd als leenvertaling van Latijn coniugātiō ‘verbinding, vereniging, stamverwantschap van woorden’.

Vertalingen

Engelsconjugation
Fransconjugaison
DuitsKonjugation
Spaansconjugación
Italiaansconiugazione
Portugeesconjugação
Russischспряжение
Japans活用
Arabischتَصْرِيفُ ٱلْأَفْعَالِ‎
Turksçekim
Poolskoniugacja
Zweedskonjugation