verwerkingscapaciteit

vrouwelijk (de)/verˈwɛrkɪŋsˌkapasiˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoeveelheid materiaal die bij een bepaald proces een gewenste verandering kan ondergaan
    Naast het grote aanbod, heeft de garnalensector op dit moment ook te maken met een kleinere verwerkingscapaciteit. Vrijwel alle Hollandse garnalen, die naast Nederland vooral verkocht worden in Duitsland, België en Frankrijk, worden gepeld in Marokko. Maar op dit moment zijn daar te weinig pellers aanwezig, zegt Van der Ploeg.
    Bijna een miljoen ton ruwe palmolie verscheepte plantagehouder IOI Group uit Maleisië vorig jaar naar zijn raffinaderij Loders Croklaan in Rotterdam. (…) Nu heeft de IOI Group er een nieuwe fabriek op de Maasvlakte bijgebouwd. De verwerkingscapaciteit stijgt ermee tot 1,4 miljoen ton per jaar.
    Na de verbouwing zal de installatie meer energie opwekken, schonere lucht uitstoten, bijdragen aan de stadsverwarming en niet meer stinken. Ook kan de installatie na de modernisering meer dan twee keer zoveel afval verwerken. Dordrecht is niet de enige stad die meer verwerkingscapaciteit voor afval krijgt. In het hele land is de verbrandingscapaciteit de laatste jaren fors toegenomen.
  2. informatica (informatica) hoeveelheid gegevens waarop bepaalde bewerkingen kunnen worden uitgevoerd
    Tot nu toe waren vooral banen die routine en herhaling van taken met zich meebrachten kwetsbaar voor machines. Maar computers zijn, door hun exponentieel toegenomen verwerkingscapaciteit en door de alomtegenwoordigheid van gedigitaliseerde informatie, steeds vaker in staat om gecompliceerde taken goedkoper en effectiever uit te voeren dan mensen.