verwording

vrouwelijk (de)/vərˈwɔrdɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. proces van achteruitgang en bederf
    Bomarzo is voor Witlink voorwendsel geweest, heeft hem de bizarre vormen kant en klaar geleverd waarin hij eigen visioenen van verwording en wereld, ondergang kon projecteren.
    Want hij, de Onomkoopbare, is voor hen een zeldzame uitzondering in een tijd van bederf en verwording, hij is de enige tussen al de brassers en zuipers, die niet drinkt en niet schranst, de enige tussen de sjacheraars en handelaars die niet met geld te winnen is.

Etymologie

* afleiding van van verworden