verzekering
vrouwelijk (de)/vərˈzekəˌrɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch), (financieel) overeenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d. door het betalen van een premie aan degene die verzekertIk heb als ondernemer een verzekering afgesloten.
- de mededeling dat iets echt waar is, dat iets een feit isHij gaf me de verzekering dat alles klopte.
Etymologie
* van verzekeren
Vertalingen
Engelsinsurance, assurance, affirmation
Fransassurance, assurance
DuitsVersicherung, Versicherung
Spaansseguro, seguridad, afirmación
Poolsubezpieczenie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek