verzen
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvɛrzən/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) (verouderd) achterste deel van de voet, met inbegrip van de overgang naar het onderbeen
- (anatomie) (verouderd) (bij hoefdieren) achterste deel van de hoef
Etymologie
*[B] (erfwoord) via Middelnederlands "versene" van Oudnederlands "fersna", in de betekenis "hiel" aangetroffen in de 10e eeuw in de , gebruikt in de
Uitdrukkingen
- de verzenen tegen de prikkels slaan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek