verzot

Wat is de betekenis van verzot?

verzot betekent: verdwaasd, zijnde buiten zinnen

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. verouderd_in_het_nederlands verdwaasd, zijnde buiten zinnen
  2. figuurlijk_in_het_nederlands gek zijn op, iets heel fijn of lekker vinden
werkwoord
  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van verzotten
  2. gebiedende wijs van verzotten
  3. werkwoordsvorm in het nederlands, wikiwoordenboek:test/tpsdeelwoord voltooid deelwoord van verzotten

Betekenis en uitleg van verzot

Het woord 'verzot' beschrijft een intense en vaak oncontroleerbare liefde of fascinatie voor iets. Iemand die verzot is, kan niet genoeg krijgen van zijn of haar passie, of het nu gaat om een hobby, een persoon of een bepaald type voedsel.

Je gebruikt 'verzot' vaak in informele situaties om aan te geven dat iemand bijzonder enthousiast of gek is op iets. Het woord draagt een positieve connotatie, maar kan ook wijzen op een zekere obsessie. Het is vooral geschikt voor gebruik in conversaties over interesses, voorkeuren of zelfs gevoelens voor iemand.

Voorbeelden

  • Ze is verzot op vintage kleding en kan urenlang door tweedehandswinkels snuffelen.
  • Hij is zo verzot op zijn nieuwe motorfiets dat hij elke weekend ritjes maakt, ongeacht het weer.
  • De kinderen zijn verzot op het nieuwe speelpark; ze willen er elke dag naartoe.

Woordoorsprong

Het woord 'verzot' komt van het Middelnederlandse 'verzot', wat zoiets als 'verstandelijk verloren' betekent, en geeft aan dat iemand zo in beslag is genomen door iets dat het hun verstand lijkt te overtreffen.

Veelgestelde vragen over verzot

Wat is de betekenis van verzot?

verzot betekent: verdwaasd, zijnde buiten zinnen

Hoeveel betekenissen heeft verzot?

verzot heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Etymologie

*vervoeging van verzotten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel

Vertalingen

Duitsverrückt, bekloppt, vernarrt
Engelscrazy, mad, mad for, crazy for, besotted
Fransaffolé, accro, cinglé, raffolé
Spaanschalado, loco, chiflado