vet
Wat is de betekenis van vet?
vet betekent: (biochemie) een groep van chemische stoffen bestaande uit verbindingen tussen glycerol en vetzuren
Betekenis
- (biochemie) een groep van chemische stoffen bestaande uit verbindingen tussen glycerol en vetzuren
- (biochemie) gespecialiseerd dierlijk weefsel
- (kookkunst) (voeding) dierlijke of plantaardige brandstof
- (techniek) als smeermiddel gebruikte substantie
- iets wat er dik uitziet
Voorbeelden van "vet" in een zin
- Vetten kennen we als gladde vloeistoffen en smeermiddelen.
Betekenis en uitleg van vet
Het woord 'vet' verwijst naar een substantie die vaak in onze voeding voorkomt, maar het heeft ook een bredere betekenis. Het kan duiden op iets dat rijk is aan vetten of op iets dat als bijzonder of indrukwekkend wordt ervaren.
Je gebruikt 'vet' vaak in een informele context, bijvoorbeeld om aan te geven dat iets cool of gaaf is. In de culinaire wereld kan het zowel positieve als negatieve connotaties hebben, afhankelijk van de context waarin het wordt besproken. Daarnaast kan 'vet' ook verwijzen naar ongezonde of ongewenste vetophopingen in het lichaam.
Voorbeelden
- Dat nieuwe skateboard is echt vet!
- Ik heb gisteren een vet lekkere pizza gegeten.
- Hij vond het vet om te horen dat hij de wedstrijd had gewonnen.
Woordoorsprong
Het woord 'vet' is afgeleid van het Oudnederlandse 'vet', wat 'vet, olie' betekent, en het heeft zijn weg gevonden in de moderne taal door de tijd heen.
Veelgestelde vragen over vet
Wat is de betekenis van vet?
vet betekent: (biochemie) een groep van chemische stoffen bestaande uit verbindingen tussen glycerol en vetzuren
Hoeveel betekenissen heeft vet?
vet heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft vet?
vet is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van vet?
Synoniemen van vet zijn: smeer.
Hoe gebruik je vet in een zin?
Voorbeeld: “Vetten kennen we als gladde vloeistoffen en smeermiddelen.”
Etymologie
#modderig en slijkerig van natte grond
Uitdrukkingen
- Vet zijn (met iets)
- Vette en magere jaren (hebben) — jaren met meer welvaart en minder werkloosheid en jaren met minder welvaart en meer werkloosheid
- Een vette gans bedruipt zichzelf
- Het vet is van de ketel
- Het vette der aarde
- Het is altijd vet in een andermans schotel
- Het oog van de meester maakt het paard vet — het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt
- Hij teert op zijn vet ( of smeer)