vet
onzijdig (het)/vɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biochemie) een groep van chemische stoffen bestaande uit verbindingen tussen glycerol en vetzurenVetten kennen we als gladde vloeistoffen en smeermiddelen.
- (biochemie) gespecialiseerd dierlijk weefsel
- (kookkunst) (voeding) dierlijke of plantaardige brandstof
- (techniek) als smeermiddel gebruikte substantie
- iets wat er dik uitziet
Etymologie
#modderig en slijkerig van natte grond
Uitdrukkingen
- Vet zijn (met iets)
- Vette en magere jaren (hebben) — jaren met meer welvaart en minder werkloosheid en jaren met minder welvaart en meer werkloosheid
- Een vette gans bedruipt zichzelf
- Het vet is van de ketel
- Het vette der aarde
- Het is altijd vet in een andermans schotel
- Het oog van de meester maakt het paard vet — het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt
- Hij teert op zijn vet ( of smeer)
Vertalingen
Engelsfat, fatty, greasy
Fransgros, graisse, gras
Duitsdick, fett, Fett
Spaansgordo, grueso, pingüe
Italiaansgrasso, obeso, grosso
Portugeesgordo, gordura, gordura
Russischжирный, толстый, жир
Japans太った, 脂肪, 油脂
Arabischسمين, تخين, دهن
Turksyağ
Zweedsfet, tjock, fett
Deensfed, fedt, fedt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek