veterdrop

alle geslachten/ˈvetərˌdrɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) soort snoepgoed gemaakt met het sap van zoethoutwortels, in de vorm van lange slierten
    (…) daartoe uitgedaagd, ging ik op het ijs waar nog niemand op had durven lopen, stal ik veterdrop uit de snoepwinkel, riep ik scheldwoorden naar een agent.
    De juffrouw hield toen — misschien heeft zij het nog —- een winkeltje in lekkernijen voor de schooljeugd. De stand was bijzonder gelukkig gekozen in de onmiddellijke nabijheid van een school, en "saussemangelen", trekbrokken, veterdrop, gebraden duivenboonen enz. lagen verleidelijk uitgestald.

Etymologie

* omdat de vorm van deze drop op schoenveters lijkt