vicepremierschap

onzijdig (het)/ˈvisəprəˌmjesxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het plaatsvervangend premier zijn
  2. de functie van vicepremier
    NOSTijdens de formatie week zij niet van de zijde van medeonderhandelaar Gert-Jan Segers. Nu zijn de ogen op háár gericht, want in het kabinet-Rutte III is Carola Schouten (40) minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en vicepremier. Ze was blij dat ze afgelopen zaterdag, in haar gesprek met formateur Rutte, nog even de wederzijdse verwachtingen kon doorspreken. "Het is toch best spannend, nieuw. En het vicepremierschap is veeleisend."

Etymologie

* afleiding van vicepremier