vier
mannelijk/vrouwelijk (de)/vir/
Wat is de betekenis van vier?
vier betekent: "4", het getal tussen drie en vijf
Betekenis
telwoord
- "4", het getal tussen drie en vijf
- om een hoeveelheid aan te geven
- om een plaats in een volgorde aan te geven
zelfstandig naamwoord
- het cijfer 4
- dat wat in een (rang)ordening met 4 is aangeduid
- groep van 4 eenheden
Voorbeelden van "vier" in een zin
- De totale kosten bedragen vier euro en zevenendertig cent.
- Slechts vier mensen, waaronder ik, hadden microspikes voor onder hun schoenen.
- Het juiste antwoord op opgave vier is "42".
- De vier op zijn shirt was nauwelijks meer te zien.
- Het is weer de vier die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
Etymologie
* (erfwoord), via Middelnederlands "vier"/"viere" van Oudnederlands "fier", als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Uitdrukkingen
- Iemand onder vier ogen spreken — praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn
- vier op een rij — spelletje
Vertalingen
Engelsfour
Fransquatre
Duitsvier
Spaanscuatro
Italiaansquattro
Portugeesquatro
Russischчетыре
Chinees四
Japans四, よっつ, し
Koreaans넷, 사, 四
Arabischأربعة
Turksdört
Poolscztery
Zweedsfyra
Deensfire
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek