vierdaagse
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) sportieve tocht verdeeld over vier achtereenvolgende dagenEen bloemenkweker uit het Gelderse Heumen zit met 300.000 gladiolen in zijn maag. De bloemen waren bedoeld voor deelnemers aan de Nijmeegse Vierdaagse, maar die is vanwege de coronacrisis afgelast.
Etymologie
*afgeleid van vierdaags
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek