vierel

onzijdig (het)/ˈvirəl/

Wat is de betekenis van vierel?

vierel betekent: gedeelte dat een vierde van een groter geheel is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gedeelte dat een vierde van een groter geheel is
  2. eenheid (eenheid) lengtemaat met de grootte van een kwart el, 17 cm
  3. eenheid (eenheid) maat voor gewicht met de grootte van een kwart pond, 125 g

Voorbeelden van "vierel" in een zin

  • {{ouds|1946/47
  • Verder werd de onderarm tot aan de el-leboog gebruikt, de "el"; een vierde van dit (0.68 m tellende) el, heette een vierel of een "verrel".
  • En wie gierst wil hebben tegen een lire het vierel ga naar signor Balentinu Virdis.

Etymologie

*van Middelnederlands "vierdel" / "vierdel" "een vierde deel", cognaat met "Viertel"