viermansbob

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvirmɑnzˌbɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bobsleeën waarbij een team van 4 sporters in één bobslee door de bobsleebaan glijdt
    Viermansbob hoopt op olympisch ticket in januari: 'Geloven er nog in': De Bruin heeft nog een top 8-klassering in de wereldbeker nodig om zich te kwalificeren voor Peking. Daarnaast moet de ploeg in de top-20 blijven staan.
    Spelletje Regenwormen geheim wapen viermansbob: 'Prima voor teamgeest'