viertal

onzijdig (het)/ˈvirtɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. welgeteld vier
    Er behoort een viertal soorten tot dit genus.
  2. een groep van vier
    Het viertal speelde al jaren samen.
  3. een wedstrijd vorm van bridge waarbij twee teams van twee paren tegen elkaar spelen