vies
vis
Wat is de betekenis van vies?
vies betekent: bevuild, smerig
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- bevuild, smerig
- een onaangename smaak hebbend
- immoreel
Voorbeelden van "vies" in een zin
- Mijn kunstgras is vies.
- Bijna iedereen ter wereld woont op plekken waar de lucht te vies is.
- Ik vond vroeger het eten thuis altijd vies.
- Het boek ‘Sywerts Miljoenen’ laat lezer achter met heel vies gevoel.
Etymologie
Oorspronkelijk een dialectische variant vies, naast echt-Nederlands vijs (bijv. West-Vlaams vijs, Middelnederlands vijs), waarschijnlijk afgeleid van Germaans *fīsan 'blazen', (eufemistisch) 'winden laten', vergelijk Oudnoords físa '(vuur) aanblazen', IJslands físa '(vuur) aanblazen', 'wind laten',
Vertalingen
brlous
Chinees垢
Deensbeskidt
Duitsschmutzig, verdreckt
Engelsfilthy, dirty
Franssale
fysmoarch, goar
iodesneta
gasalach
iddekil, licik, kotor
iaimmunde
Italiaanssporca, sporco
Japans汚れる, 汚い
faكثيف
Poolsbrudny
Portugeesimundo, imunda, sujo, suja
romurdar
Russischгрязное
Spaanssucio
urگندا
cypỳg
Zweedssmutsig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek