viesheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het smerig zijnDe behouden binnenstad is in economisch opzicht zelfs zo'n groot succes dat het weer tot bezorgdheid leidt. Er wordt in deze krant bijna dagelijks geklaagd over huizenprijzen en verkeersdruk, viesheid en vertrutting, terrassen en toeristen, rolkofferwielen en bierwaterfietsen. Het Parool 11 SEPTEMBER 2014 [https://www.parool.nl/opinie/-de-druk-op-de-stad-is-van-alle-tijden~a3746275/ 'De druk op de stad is van alle tijden']Oud-directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum waarschuwde twee jaar geleden al: door de toenemende bezoekersstroom wordt Amsterdam „vies, vuig en te vol”. Aan de viesheid gaat de stad nu iets doen met het Aanvalsplan Schoon Amsterdam 2017, maakte het stadsbestuur woensdagochtend bekend. Reformatorisch Dagblad 23-11-2016 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/amsterdam-haalt-bezem-door-de-stad-1.1353375 Amsterdam haalt bezem door de stad]
Etymologie
* afleiding van vies
Vertalingen
Engelsuntidiness, repellingness, dirtiness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek