vijandschap

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een toestand van op voet van oorlog zijn, een toestand waarin men elkaar als tegenstander ziet
    De vijandschap tussen Joden en Palestijnse Arabieren duurt al vele jaren.
    Van de vijandschap die de Roodhoofden eerst getoond hadden was niets meer over. Integendeel. {{Aut|Herzen, Frank

Etymologie

*Afgeleid van vijand .

Vertalingen

Engelshostility, enmity
Fransinimitié, hostilité
DuitsFeindschaft
Spaansenemistad, hostilidad, animadversión