vijfenhalf

/ˌvɛifənˈhɑlᵊf/

Betekenis

telwoord
  1. breukgetal (breukgetal) de breuk 5½; vijf en een half
    Hij is vijfenhalf jaar oud.
    De eerste vijfenhalf weken van de trail waren zwaar geweest en mijn lichaam was langzamerhand weer aan toe aan een kleine pauze.
    Het meet vijfenhalve centimeter.