Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

vijftienhoek

mannelijk (de)/ˈvɛiftinˌhuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) meetkundige figuur met vijftien hoeken
    Van de vier sinds de Oudheid bekende regelmatige veelhoeken, de drie-, vier-, vijf- en vijftienhoek, en van de veelhoeken die er uit ontstaan door herhaalde verdubbeling van het aantal zijden, geeft hij de zijden in 32 decimalen nauwkeurig, als men de straal van de omgeschreven cirkel als eenheid neemt.

Vertalingen

Engelspentadecagon
DuitsFünfzehneck