vijzen
/ˈvɛizə(n)/
Betekenis
werkwoord
- in- of uitdraaien van een schroefJe vijst deze twee schroeven tot ze vastzitten.
Etymologie
*afgeleid van "vijs"
Vertalingen
Engelsscrew
Fransvisser
Duitsschrauben
Spaansatornillar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek