woorden
boek
Start
›
V
›
vinder
vinder
mannelijk (de)
/ˈvɪndər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die iets vindt
De vinder van de portemonnee bracht deze netjes naar het politiebureau.
Etymologie
* van vinden
Verwante woorden
vind
vindbaar
vindbaarheid
vindbare
vindelig
vindelige
vinden
vindend
vindende
Vinderhoute
vinders
vindersloon
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← vindende
Vinderhoute →