vingervaardigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het handig zijn; iets heel handig en goed met de vingers kunnen doen (zoals het bespelen van een muziekinstrument)Zijn techniek en vingervaardigheid waren uniek.Het is belangrijker dat de organist zich de inhoud van de boodschap eigen maakt dan dat hij „de grootste technocratische kunstvaardigheid en vingervaardigheid” toont. Ook de organist is „geroepen tot het priesterschap van alle gelovigen.”
Vertalingen
Engelsfinger dexterity
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek