viooltje

/viˈjolcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht uit de viooltjesfamilie ()
    Zij heeft een paar viooltjes op haar balkon.
    Inmiddels staat het zinkviooltje op de rode lijst van planten. Het viooltje is zeldzaam geworden, deels doordat kruisbestuiving met andere soorten optreedt, maar ironisch genoeg ook doordat de zinkvervuiling in de regio is afgenomen.

Etymologie

*afgeleid van "viool"

Vertalingen

Engelsviolet
Fransviolette
DuitsVeilchen
Spaansvioleta
Italiaansviola
Portugeesvioleta
Poolsfiołek
Zweedsviol
Deensviol