virussen

/ˈvirʏsə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) categorie voor niet-cellulaire levensvormen, , die zich alleen kunnen vermenigvuldigen in cellen van andere levende wezens
    Claverie: “We weten helemaal niet hoe virussen in de evolutie zijn ontstaan. Het kan zijn dat ze een gezamenlijke voorouder hebben, of dat verschillende groepen ieder hun eigen, oeroude afstammingslijn hebben. Het is heel erg in discussie.”

Etymologie

*virus met de uitgang -en