virus
onzijdig (het)/ˈvirʏs/
Wat is de betekenis van virus?
virus betekent: (biologie) (medisch) ziekteverwekker die veel kleiner is dan een bacterie
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) (medisch) ziekteverwekker die veel kleiner is dan een bacterie
- (informatica) klein en gevaarlijk softwareprogramma dat zichzelf gemakkelijk van de ene naar de andere computer verspreidt en de besturing daarvan gedeeltelijk of geheel overneemt
Voorbeelden van "virus" in een zin
- Hij heeft een virus te pakken gekregen.
- Het virus op mijn computer dat mijn systeem steeds doet crashen heet Windows-98
Etymologie
*van Latijn "virus", in de betekenis van ‘ziekteverwekker’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Vertalingen
Engelsvirus, virus
Fransvirus, virus
DuitsVirus, Virus
Spaansvirus, virus
Italiaansvirus, virus
Portugeesvírus, vírus
Turksvirüs, virüs
Poolswirus, wirus
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek