virus
Wat is de betekenis van virus?
virus betekent: (biologie) (medisch) ziekteverwekker die veel kleiner is dan een bacterie
Betekenis
- (biologie) (medisch) ziekteverwekker die veel kleiner is dan een bacterie
- (informatica) klein en gevaarlijk softwareprogramma dat zichzelf gemakkelijk van de ene naar de andere computer verspreidt en de besturing daarvan gedeeltelijk of geheel overneemt
Voorbeelden van "virus" in een zin
- Hij heeft een virus te pakken gekregen.
- Het virus op mijn computer dat mijn systeem steeds doet crashen heet Windows-98
Betekenis en uitleg van virus
Een virus is een microscopisch klein organisme dat zich in levende cellen nestelt en zich daar voortplant. Het kan ziektes veroorzaken bij mensen, dieren en planten, en is vaak verantwoordelijk voor infecties zoals griep of verkoudheid.
Het woord 'virus' wordt vaak gebruikt in medische contexten, vooral wanneer het gaat om infectieziekten. Daarnaast heeft het ook een bredere betekenis, zoals in de digitale wereld, waar het verwijst naar kwaadaardige software die computersystemen kan infecteren. Het gebruik van het woord kan variëren van technische discussies tot alledaagse conversaties over gezondheid en epidemieën.
Voorbeelden
- Tijdens het griepseizoen zien we vaak een stijging in het aantal mensen dat besmet raakt met het virus.
- De IT-afdeling waarschuwde ons voor een nieuw computervirus dat zich snel verspreidde via e-mailbijlagen.
- Wetenschappers onderzoeken hoe bepaalde virussen zich aanpassen aan hun gastheer om beter te overleven.
Woordoorsprong
Het woord 'virus' komt uit het Latijn en betekent 'gift' of 'sappen', wat verwijst naar de schadelijke aard van deze micro-organismen.
Veelgestelde vragen over virus
Wat is de betekenis van virus?
virus betekent: (biologie) (medisch) ziekteverwekker die veel kleiner is dan een bacterie
Hoeveel betekenissen heeft virus?
virus heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft virus?
virus is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van virus?
Synoniemen van virus zijn: computervirus, adenovirus, aidsvirus, anti-virus, antivirus.
Hoe gebruik je virus in een zin?
Voorbeeld: “Hij heeft een virus te pakken gekregen.”
Etymologie
*van Latijn "virus", in de betekenis van ‘ziekteverwekker’ voor het eerst aangetroffen in 1663