vishandel
mannelijk (de)/ˈvɪshɑndəl/
Wat is de betekenis van vishandel?
vishandel betekent: viswinkel of viskraam
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- viswinkel of viskraam
Voorbeelden van "vishandel" in een zin
- Een inspecteur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bezoekt elke maand tientallen restaurants, toko’s, bakkerijen, slagerijen en vishandels. NRC 2 augustus 2016
Veelgestelde vragen over vishandel
Wat is de betekenis van vishandel?
vishandel betekent: viswinkel of viskraam
Welk woordgeslacht heeft vishandel?
vishandel is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je vishandel in een zin?
Voorbeeld: “Een inspecteur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bezoekt elke maand tientallen restaurants, toko’s, bakkerijen, slagerijen en vishandels. NRC 2 augustus 2016”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek