vitamine
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌvitaˈminə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (voeding) een stof die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft, maar niet of bijna niet door het lichaam zelf aangemaakt kan worden en derhalve in voldoende mate via voedsel of supplement ingenomen moet wordenElke doos bevatte ontbijtrepen, noten, rozijnen, tortillas en noodles, aangevuld met wc-papier en pillen zoals vitamines en visolie.
Etymologie
* In de betekenis van ‘voor organisme noodzakelijke stof’ voor het eerst aangetroffen in 1918
Vertalingen
Engelsvitamin
Fransvitamine
Spaansvitamina
Turksvitamin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek